11/01/2012 - '2012: voor de één een magisch jaar, voor de ander niet meer dan een volgend jaar. Hoe het ook beleefd wordt, ik hoor steeds meer mensen - opdrachtgevers, ondernemers en visionairs die ik interview - zich uitspreken over een groeiend bewustzijn. Soms in het leven als geheel, soms ten aanzien van het werk. Hoe het ook zij: 2012 geeft 366 dagen om zowel voor- als achteruit te kijken. Bewust van de plaats die we innemen in de tijd en voortbouwend aan onze droom. Ik wens u inspiratie en verwondering.'

Boer of geen boer |
|
Als de winter zich definitief lijkt te hebben overgegeven aan de lente, komt het Oost-Betuwse landgoed echt tot leven. De boer brengt zijn schapen het weiland in en vol verwachting kijken we uit naar de eerste lammetjes. Dat niet alles wat wol en vier poten heeft in staat is te lammeren, is iets dat we geleidelijk aan leren. Op de eerste vraag aan de boer of de schapen die op stal staan ook spoedig zullen lammeren, klinkt zijn hartelijk bolle lach: ‘Dat zal heel moeilijk gaan, want dit is een stal vol rammen!’ Niets zo mooi als mensen van de stad even op hun nummer zetten. Maar de boer heeft het goed met ons voor, want als een week of wat later blijkt dat in het weiland waar geen lam verwacht wordt toch een wit hoopje wol met een navelstreng rond wankelt, is de boer gauw gebeld en snel ter plaatse. Hij is maar wat blij met ons waakzame oog en bemoedigend voegt hij er aan toe: ‘Kijk, zo word je vanzelf boer.’ Het blijkt in de wei om een kudde onbekende schapen te gaan, kort geleden aangekocht. En dan weet je eigenlijk nooit wat er allemaal tussen zit. Soms heb je dan geheel onvoorzien toch een paar lammetjes in de wei. We volgen de boer als hij een paar keer per dag door het weiland wandelt en het gedrag van ooi en lam met een kennersblik in zich opneemt. Want elk lam telt. Met het wonen op een landgoed sta je met je neus op de seizoenen. Waar ik vaak ongemerkt aan voorbijging, wordt hier op De Mellard een openbaring. Op de eerste echte lentedag wordt er genesteld bij het leven, de narcissen steken in het gazon hun kopje op en om het huis speelt een zestal konijnen ‘ik zal je krijgen’. ‘Konijnen?’ zal de oplettende lezer nu denken, ‘maar De Mellard lag toch in de Betuwe? De schrijver bedoelt natuurlijk hazen.’ Nee hoor, ik mag dan pas mijn eerste schreden in het landleven zetten, daarmee maak ik nog niet de fout die Joost Zwagerman in zijn recente Boekenweekgeschenk precies andersom maakte. Hij situeert daarin een uit zijn fantasie ontsproten kunstmuseum midden op de Veluwe, maar laat in die ‘pastoraal-arcadische sfeer’ net zo makkelijk haasjes langs de ramen rennen. Gelukkig weet de lezer evengoed als ik dat hazen op kleigrond leven en konijnen op het zand. En zo klopt het ook. Je mag als gerenommeerd auteur dan wel je klassiekers kennen, een beetje elementaire kennis van onze bodem kan ook nooit kwaad. De Mellard, een van de oudste huizen van het dorp Valburg, bevindt zich op een diluviale ophoging van zand uit het pleistoceen. Een mogelijke verklaring voor de naam is het oud-Nederlandse woord ‘melle’ of ‘melde’, wat in die betekenis duidt op een zandgrond. Er doet het verhaal de ronde dat deze ophogingen zijn ontstaan bij het graven van de Rijn en de Waal door de drie reuzen, den Dolle, den Droeve en den Deugdelike. Hierbij ontstond bij Valburg een drietal hoogten in het landschap, waaronder het Mellardsche Hoog. En zo is het niet alleen de natuur die zich om het huis nadrukkelijk aan ons kenbaar maakt, maar loopt de cultuur daar gelijk mee op. Je hoeft niet in reuzen te geloven om het bijzondere in te zien van een zanderige enclave in de klei. Daarmee ontstaat een onderscheidende biotoop. En de boer maakt daar weer dankbaar gebruik van als hij in de natte tijd zijn schapen van de lagere kleigrond naar de zogenaamde hoge weide verplaatst. Want boer of geen boer, het is altijd verstandig om je schaapjes op het droge te hebben. Wim Huijser |
