NIEUWS

11/01/2012 - '2012: voor de één een magisch jaar, voor de ander niet meer dan een volgend jaar. Hoe het ook beleefd wordt, ik hoor steeds meer mensen - opdrachtgevers, ondernemers en visionairs die ik interview - zich uitspreken over een groeiend bewustzijn. Soms in het leven als geheel, soms ten aanzien van het werk. Hoe het ook zij: 2012 geeft 366 dagen om zowel voor- als achteruit te kijken. Bewust van de plaats die we innemen in de tijd en voortbouwend aan onze droom. Ik wens u inspiratie en verwondering.'

layoutelement

Pruimentijd

Al wekenlang zijn we in de weer met emmers en manden. Bezoekers vertrekken niet voordat ze een met pruimen gevulde zak achter in hun auto hebben gezet en de laatste week geven we daar ook nog een pot eigengemaakte pruimenjam bij. Binnen de kortste keren is er een nieuwe liefhebberij ontstaan, waarvan ik nooit had vermoed het in me te hebben: jam maken. Begonnen we de eerste week nog met de wetenschap van een stadse leek en maakten we enkel onderscheid tussen blauwe en gele pruimen, naarmate we de boomgaard verder verkenden ontdekten we dat er ook heel grote blauwe groeiden, evenals heel kleine, nauwelijks ter grootte van een kers. De pakweg honderd hoogstam pruimenbomen staan voor het grootste deel keurig in het gelid in een omheinde boomgaard. Ooit was deze plek op De Mellard een vijver, maar die schijnt zo’n vijftig jaar geleden met Betuwse klei te zijn gedempt. Tegenwoordig grazen er schapen in de ‘bongerd’, die nauwlettend de vorderingen van het fruit boven hun hoofd in de gaten houden. Wat valt is binnen enkele seconden opgegeten. Schapen zijn dol op pruimen, de pit nemen ze voor lief. Daar schijnt de geciviliseerde Hollander meer moeite mee te hebben. Een pit in het fruit is lastig, want waar laat je die? Daar komt bij dat een pruim zich niet zo makkelijk in een broekzak laat bewaren. Voor je het weet grijp je in een zak vol pruimenpulp. Nee, de pruim lijkt niet meer van deze tijd. Behalve als ze in groten getale om je heen hangen en alleen de pluk op eigen kracht er al een biologisch karakter aan geeft. Ineens sta je niet alleen met beide benen, maar ook met je handen vol in het buitenleven. Onze kennis van pruimen werd in razend tempo bijgespijkerd via internet, waarna de meest exotische benamingen als vanzelfsprekend over onze lippen rolden: Opal, Eldense blauwe, Bleue de Belgique, Czar, Reine Claude d’Oullins, Belle de Louvain (waar Hieronymus zich door liet inspireren in ‘Jantje zag eens pruimen hangen…’), Reine Claude d'Althan en… de kwets, een oud ras van paarse, kleine, langwerpige, weinig sappige pruimen, in het Duits en Frans Quetsche genoemd. Aanvankelijk leken het wel op olijven en in de weken dat we onze emmers met Opal vulden, hingen de kwetsen er groen, hard en onaantrekkelijk bij. Ondertussen weten we beter. Nu de laatste Belles de Louvain zich bij het geringste zuchtje wind ter aarde storten, zijn de kwetsen op hun hoogtepunt. Met van her en der aangesleepte glazen potjes trekken we ons terug in de keuken en wordt er pruimenjam gekookt dat het een aard heeft. Ook hier hielp internet ons op weg om de handigste recepten te vinden. Met zakken geleisuiker bij de hand, koken we de pruimen pan na pan tot pulp, waarna de staafmixer er een substantie van maakt die al snel op smakelijk broodbeleg lijkt. Om het af te wisselen maken we af en toe wat potten chutney. Met zelf beschreven etiketten en stemmig gekleurde en gekartelknipte deklapjes worden de potten afgewerkt en op de plank gezet. Onze omgeving is te verstaan gegeven in het komend jaar geen enkel glazen potje met deksel weg te gooien. De uitdrukking ‘tot in de pruimentijd’ heeft in ons bestaan ineens zijn oorspronkelijke betekenis gekregen. De vage afscheidsgroet die ik in mijn jeugd nog wel eens hoorde, heeft plaats gemaakt voor de aanduiding van een periode waarin het betreffende groeisel uitbundig en overheersend aanwezig is en dringend geoogst moet worden. Inmiddels zijn we zo’n beetje toe aan de laatste pluk kwetsen, terwijl de schapen zich te goed doen aan wat ze toegeworpen krijgen. We kunnen nog wat van ze leren: een pit is er om uit te spugen.

Wim Huijser

terug naar de homepagina

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player