11/01/2012 - '2012: voor de één een magisch jaar, voor de ander niet meer dan een volgend jaar. Hoe het ook beleefd wordt, ik hoor steeds meer mensen - opdrachtgevers, ondernemers en visionairs die ik interview - zich uitspreken over een groeiend bewustzijn. Soms in het leven als geheel, soms ten aanzien van het werk. Hoe het ook zij: 2012 geeft 366 dagen om zowel voor- als achteruit te kijken. Bewust van de plaats die we innemen in de tijd en voortbouwend aan onze droom. Ik wens u inspiratie en verwondering.'

Schapen |
|
Zoals iemand anders tussen de bedrijven door soms minutenlang naar de lucht of de punten van zijn schoenen kan zitten staren, zo kijk ik regelmatig over het beeldscherm van mijn laptop uit naar het weiland voor mij. Een veld, toch al gauw 200 bij 200 meter, met ik schat zo’n tweehonderd schapen. Dat lijkt een prima vlakverdeling met voldoende ruimte vol elk schapenindividu. Toch tekent zich regelmatig het volgende, opvallende tafereel af. Twee schapen grazen in elkaars buurt, komen zelfs af en toe met hun koppen tegen elkaar aan. Om hen heen is een zee van ruimte. Het eerstvolgende schaap graast minstens vijftien meter verder. Toch blijken ze in elkaars vaarwater te verkeren, want plotseling geeft het ene schaap het andere een ferme kopstoot. En daar blijft het niet bij. Het aanvallende dier neemt een aanloop en treft het andere - ‘arme schaap’ - nogmaals met volle kracht in de flank. Het getroffen dier laat zich echter niet van de wijs brengen en graast gestaag verder. Het agressieve exemplaar vindt het blijkbaar nog niet genoeg en deelt nogmaals - en opnieuw met een aanloopje - een kopstoot uit in de wollen jas van de ander, die doodgemoedereerd een paar meter doorwandelt, zonder zijn aandacht voor het malse gras ook maar een moment te laten verslappen. Beide schapen grazen daarop voort en nog geen minuut later zoeken ze elkaar weer op en grazen nu zij aan zij, de koppen nauwelijks een decimeter van elkaar, alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Wat is daar gebeurd, vraag ik me dan af. Is hier wel sprake van agressie? En zo ja, waar gaat het dan om? Zelden heb ik zoveel beschikbare vierkante meters per schaap gezien als in dit weiland. Is het ene polletje gras smakelijker dan het andere, of heeft er één iets onwelvoeglijks geblaat? Komen borderliners ook onder rammen voor? Het is moeilijk het schapenbestaan te doorgronden, maar als ik het aan de parallelliteit waarmee de dieren hun weg vervolgen moet afleiden, lijkt de vrede al weer vanzelfsprekend getekend. Ondanks dat soms ondoorgrondelijke gedrag van de soort, heeft het schaap in de afgelopen maanden toch een aanzienlijke plek in ons bestaan op De Mellard ingenomen. ’s Morgens gaat onze blik automatisch over het veld, om te zien of zich geen ongelukkig exemplaar op de rug heeft gewenteld. Als er wordt aangebeld dat een onvoorzichtig schaap in de sloot is gegleden, toetsen we ogenblikkelijk het nummer van de boer in en gaan ondertussen in draf op pad om het dier moed in te spreken. Toch lijkt het wel of het zo moest zijn, want in de afgelopen vijftien jaren hebben wij tijdens onze vakanties in Groot-Brittannië menigmaal het schapenpad gekruist. Waar je in het desolate Dartmoor soms niets en niemand meer verwacht, duikt een schaap op uit het zompige moorland. En sinds we hier wonen hebben de vele beeltenissen die we van het schaap bleken te hebben verzameld zich aan de muur gevestigd. Het toeval gaat zelfs zo ver dat Marianne zich onlangs inschreef voor een schildercursus bij een plaatselijk beeldend kunstenaar die de schapenkudde tot terugkerend thema in zijn werk heeft verheven. Inmiddels is de avond gevallen. De schapen hebben zich geometrisch verspreid over het veld en zijn neergezegen op hun plek voor de nacht, zelden dicht in elkaars nabijheid. De boer loopt met zijn handen op de rug een laatste ronde om het weiland. Kan vrede beter worden verbeeld? Wim Huijser |
